Wie wij zijn: "Je liep de trap op en voelde je onderdeel van iets groots"
Publicatiedatum 01-10-2026, 12:37

Loop je vandaag een kantoor van de Belastingdienst binnen: met glazen wanden, hybride werkplekken en laptops onder de arm, is het bijna niet voor te stellen hoe anders het vroeger was. Maar luister goed naar de verhalen van collega’s met meer dan 40 jaar belastingdienstervaring en je hoort hoe de organisatie ooit klonk, rook en voelde. De herinneringen zijn als een open deur naar een tijd waarin alles anders was, en toch hetzelfde. Daar werd de basis gelegd voor hoe we nu werken.
Aan het woord is Johanna Kuiper, communicatieadviseur bij de Corporate Dienst Communicatie (CDC).
Een beetje smoezelig
Het verhaal begint in Winschoten, aan het Boschplein 2. Het pand heeft nu een welzijnsbestemming, maar deed ooit dienst als belastingdienstkantoor voor Invoerrechten en Accijnzen, de Ontvanger der Directe Belastingen en de Inspectie der Directe Belastingen. Johanna was 17 toen ze er begon met werken. "Je liep die prachtige statige trap op", vertelt ze, "...en je voelde je als broekie onderdeel van iets groots.”
Het was een tijd van elkaar écht kennen. Niet alleen van naam, maar ook gezinssituaties, privéproblemen en kleine overwinningen. "Want je was 5 dagen in de week bij elkaar en personeelsverenigingen waren toen echte instituten. Met feesten waar iedereen graag bij was. Wat ik echt bijzonder vond: het oude pand was een beetje smoezelig en we zeiden vaak dat het wel een kleurtje kon gebruiken. We zijn toen, met toestemming van de inspecteur, met een groep vrijwilligers naar de Praxis gegaan om verf en rollers te kopen om de boel op een vrije zaterdag op te knappen."

De cultuur
Johanna spreekt van de duidelijke hiërarchie van toen. "Je begon helemaal onderaan de ladder. Die personen werden bij de Inspectie der Directe Belastingen ook wel 'leggeraap' genoemd omdat ze de dossiers moesten pakken van de bovenste planken van de vakjeskasten. Daar moest je jong en lenig voor zijn. Daar kwam bij dat ik een vrouw ben. Hoewel ik samen begon met een 17-jarige jongen, was ik degene die koffie moest rondbrengen. Toen ik daar wat van zei werd ik gelukkig wel in mijn gelijk gesteld en moest hij ook met de koffie langs. Collega’s konden daar wel om lachen."
"Toch had die structuur ook voordelen. Je wist precies wie waarover ging”, vertelt Johanna. "En leidinggevenden liepen regelmatig langs afdelingen om problemen snel op te lossen. Dan kwam iemand van de directie de zaal op en zei: 'jongens, dit is wat we gaan doen.'"
Deze 2 kantoren van vroeger, op de foto’s hieronder hadden in de volksmond een bijnaam waarmee de vermeende inhaligheid van de dienst aan de kaak werd gesteld. De Puntegaalstraat in Rotterdam werd de ‘Plukmekaalstraat’. De Hofstede de Grootkade in Groningen werd ‘De Hofstede de Grijpkade’.


Iedere keer wat beter
Johanna: "Ik zeg niet dat het vroeger beter was. En de discussie is ook niet relevant, we leven immers nu. Maar het gevoel van saamhorigheid die we hadden aan het Boschplein 2 is me dierbaar. In die sfeer heb ik lang mogen werken."
Over deze serie
Mensen maken de Belastingdienst. Dat was altijd al zo en dat zal zo blijven. Het zegt Wie wij zijn, de naam van deze serie. Wat maakte ons in het verleden én nu ‘de Belastingdienst’? De kantoren, de organisatie-inrichting, het kantoorleven, hoe we ons werk doen…
Wat typeerde/typeert ons en waarom? Zijn daarin dingen veranderd en wat zegt dat over ons? Dat is wat deze serie wil onderzoeken.
Vragen over dit artikel?
Bent u journalist? En heeft u vragen na het lezen van dit artikel? Neem dan contact op met een van de persvoorlichters van de Belastingdienst. Bent u niet van de media, maar wilt u wel contact met ons? Ga dan naar contact op maat.