Go directly to content
Naar de homepage

Factsheet ZZP/Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA)

Opdrachtnemer wil graag zekerheid over de arbeidsrelatie die hij met zijn opdrachtgever aangaat. Opdrachtgevers en opdrachtnemers hebben graag zekerheid over de arbeidsrelatie die ze met elkaar aangaan. Op 1 mei 2016 is daarom de wet DBA van kracht geworden. Inmiddels heeft het kabinet besloten de huidige wet DBA te vervangen. Het streven is om de nieuwe maatregelen in 2021 in te laten gaan. Tot die tijd blijft de wet DBA van kracht. Op deze pagina vindt u uitgebreide informatie, nieuws, handige links, gerelateerde thema’s en meer.

De wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) verving de Verklaring Arbeidsrelatie. Door de invoering van de wet DBA en de modelovereenkomsten zijn zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers verantwoordelijk voor de arbeidsrelatie die zij met elkaar aangaan. Als een zzp’er (opdrachtnemer) voor een opdrachtgever gaat werken, moeten de opdrachtgever en de zzp’er bepalen of er sprake is van loondienst (een dienstbetrekking). In veel gevallen is het duidelijk dat hiervan geen sprake is. In twijfelgevallen kunnen zzp’ers en hun opdrachtgevers een modelovereenkomst gebruiken, maar dat is niet verplicht.

Gebruik van modelovereenkomsten

Niet alle zzp’ers en opdrachtgevers hebben een modelovereenkomst nodig. Als duidelijk is dat zij buiten loondienst werken, kunnen zij aan de slag zonder modelovereenkomst. Als opdrachtgever en opdrachtnemer wel gebruik willen maken van een modelovereenkomst, dan vinden zij op de website van de Belastingdienst veel algemene en branchespecifieke modelovereenkomsten. Dit biedt een zo goed als dekkend stelsel van modelovereenkomsten.

Coaching en overleg

Dat opdrachtgevers en opdrachtnemers zelf een overeenkomst opstellen, is meestal niet nodig. In het geval dat zij dit toch doen, dan kunnen zij de overeenkomst aan de Belastingdienst voorleggen. Mocht de Belastingdienst een overeenkomst niet goedkeuren, dan gaat de Belastingdienst in gesprek met de indiener over zijn intenties en coacht waar dat mogelijk is bij het opstellen van een passende overeenkomst. Via accountteams die in verschillende sectoren acteren, laat de Belastingdienst opdrachtgevers in open gesprekken zien hoe het werken buiten loondienst wel mogelijk is. Waar mogelijk wordt de communicatie, samen met branche- en koepelorganisaties, verder verbeterd en toegespitst.

Vervanging van de wet DBA

Doel van de wet DBA was de balans te herstellen in verantwoordelijkheden tussen opdrachtgevers en zzp’ers. Het risico lag met de voorganger van de DBA, de VAR, alleen bij de zzp’er. Met de DBA zijn beide partijen verantwoordelijk voor naleving van de wet- en regelgeving. Ook bij de opdrachtgever kan nu gehandhaafd worden. De wet DBA heeft echter niet de duidelijkheid en rust gebracht die ermee was beoogd, waardoor teveel zzp’ers in onzekerheid zitten. De wetgever heeft daarom besloten een route op te gaan naar inwerkingtreding van wetgeving die de wet DBA zal vervangen. Het streven is om de nieuwe maatregelen in 2021 in te laten gaan. Lees meer over de uitwerking van de maatregelen in de Kamerbrief ‘werken als zelfstandige’ en in de kamerbrief Voortgang uitwerking maatregelen ‘werken als zelfstandige’.

Onderdeel van die voortgang is dat meer inzicht gegeven wordt in de kwalificatie van de arbeidsrelatie. De verduidelijking van het gezagscriterium is opgenomen in het Handboek loonheffingen van de Belastingdienst. Dit onderdeel biedt zo goed mogelijk inzicht in de elementen die een rol spelen in de beoordeling of sprake is van een gezagsverhouding. Door met indicaties, contra-indicaties en voorbeelden te werken, wordt het gezagscriterium zo goed mogelijk verduidelijkt. Daardoor krijgen opdrachtgevers, anders dan nu, meer handvatten om zelf te beoordelen of er sprake is van een gezagsrelatie.

Handhaving van de wet: geen naheffingen of boetes

De overgangsperiode waarin in de meeste gevallen niet wordt gehandhaafd (het handhavingsmoratorium) is verlengd tot het moment dat de  nieuwe wetgeving ingaat. Tot die tijd is de handhaving in de meeste gevallen dus nog steeds opgeschort. Opdrachtgevers krijgen dus geen naheffingen of boetes als achteraf geconstateerd wordt dat de zzp’er toch in dienstbetrekking werkte.

Ondanks de overgangsperiode (waarin niet wordt gehandhaafd) wordt tot 1 juli 2018 toch gehandhaafd in het geval de opdrachtgever kwaadwillend is. De handhaving richt zich tot dat moment alleen op de ernstigste gevallen van opzet, fraude of zwendel die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting.

Vanaf 1 juli 2018 geldt het opschorten van de hiervoor genoemde repressieve handhaving niet meer alleen voor de ernstigste gevallen, maar in alle gevallen van kwaadwillend handelen; het opzettelijk creëren van een situatie van schijnzelfstandigheid, terwijl er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking.

De Belastingdienst heeft een Toezichtsplan Arbeidsrelaties gepubliceerd. Daarin staat te lezen hoe de Belastingdienst vanaf 1 juli 2018 invulling geeft aan het toezicht op arbeidsrelaties.

Onderstaande vragen en antwoorden geven u meer informatie over wat de Belastingdienst doet om de uitvoering van de wet DBA zo goed mogelijk te laten verlopen.