Laatste update: 16 februari 2018

Opdrachtnemer wil graag zekerheid over de arbeidsrelatie die hij met zijn opdrachtgever aangaat.

Opdrachtgevers en opdrachtnemers hebben graag zekerheid over de arbeidsrelatie die ze met elkaar aangaan. Op 1 mei 2016 is daarom de wet DBA van kracht geworden.
Inmiddels heeft het kabinet besloten de huidige wet DBA te vervangen. Het streven is om de nieuwe maatregelen in 2020 in te laten gaan. Tot die tijd wordt de opschorting van de handhaving verlengd en blijft de huidige situatie onveranderd voor opdrachtgevers en opdrachtnemers. Zij krijgen geen boetes en naheffingen. Wel kunnen ze in afwachting van nieuwe wetgeving en bij onzekerheid altijd contact opnemen met de Belastingdienst om afspraken te maken.

Door de invoering van de wet DBA en de modelovereenkomsten zijn zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers verantwoordelijk voor de arbeidsrelatie die zij met elkaar aangaan. Als een zzp’er (opdrachtnemer) voor een opdrachtgever gaat werken, moeten de opdrachtgever en de zzp’er bepalen of er sprake is van loondienst (een dienstbetrekking). In veel gevallen is het duidelijk dat hiervan geen sprake is. In twijfelgevallen kunnen zzp’ers en hun opdrachtgevers een modelovereenkomst gebruiken, maar dat is niet verplicht.

Gebruik van modelovereenkomsten

Niet alle zzp’ers en opdrachtgevers hebben een modelovereenkomst nodig. Als duidelijk is dat zij buiten loondienst werken, kunnen zij aan de slag zonder modelovereenkomst. Als opdrachtgever en opdrachtnemer wel gebruik willen maken van een modelovereenkomst, dan vinden zij op de website van de Belastingdienst veel algemene en branchespecifieke modelovereenkomsten. Dit biedt een zo goed als dekkend stelsel van modelovereenkomsten.

Coaching en overleg

Dat opdrachtgevers en opdrachtnemers zelf een overeenkomst opstellen, is meestal niet nodig. In het geval dat zij dit toch doen, dan kunnen zij de overeenkomst aan de Belastingdienst voorleggen. Mocht de Belastingdienst een overeenkomst niet goedkeuren, dan gaat de Belastingdienst in gesprek met de indiener over zijn intenties en coacht waar dat mogelijk is bij het opstellen van een passende overeenkomst.

Via accountteams die in verschillende sectoren acteren, laat de Belastingdienst opdrachtgevers in open gesprekken zien hoe het werken buiten loondienst wel mogelijk is. Waar mogelijk wordt de communicatie, samen met branche- en koepelorganisaties, verder verbeterd en toegespitst.

Geen naheffingen of boetes

In de afgelopen periode zijn er veel meldingen van knelpunten in de wet DBA binnengekomen  Die meldingen zijn geïnventariseerd en geanalyseerd om vast te stellen wat de knelpunten zijn, waar ze zitten en wat de omvang is. Dit heeft er onder meer toe geleid dat het kabinet besloten heeft de overgangsperiode waarin in de meeste gevallen niet wordt gehandhaafd (het handhavingsmoratorium) die aanvankelijk tot 1 mei 2017 zou lopen, te verlengen tot in ieder geval 1 juli 2018. Deze overgangsperiode wordt nu verlengd totdat de nieuwe wetgeving ingaat. Naar verwachting is dat 1 januari 2020. Tot die tijd is de handhaving in de meeste gevallen dus nog steeds opgeschort. Opdrachtgevers krijgen dus geen naheffingen of boetes als achteraf geconstateerd wordt dat de zzp’er toch in dienstbetrekking werkte.

Ondanks de overgangsperiode (waarin niet wordt gehandhaafd) wordt tot 1 juli 2018 toch gehandhaafd in het geval de opdrachtgever kwaadwillend is. De handhaving richt zich alleen op de ernstigste gevallen van opzet, fraude of zwendel die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting.

Vanaf 1 juli 2018 geldt het opschorten van de hiervoor genoemde repressieve handhaving niet meer alleen voor de ernstigste gevallen maar in alle gevallen van kwaadwillend handelen; het opzettelijk creëren van een situatie van schijnzelfstandigheid, terwijl er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking.

Onderstaande vragen en antwoorden geven u meer informatie over wat de Belastingdienst doet om de uitvoering van de wet DBA zo goed mogelijk te laten verlopen.

In het algemeen geldt het advies om een aantal stappen te volgen. Het volgen van deze stappen zorgt ervoor dat opdrachtgevers en opdrachtnemers meer zekerheid krijgen over de arbeidsrelatie die zij met elkaar aangaan. De stappen zorgen er ook voor dat opdrachtgevers gaan kijken of zij hun huidige arbeidsrelaties wel volgens arbeidswetgeving hebben ingericht.

Bekijk de stappen op Belastingdienst.nl

Wij vinden het belangrijk dat alle zzp’ers en opdrachtgevers in Nederland begrijpen wat de wet DBA voor hen betekent en dat onzekerheden bij opdrachtgevers worden weggenomen. Op Belastingdienst.nl staat daarom veel informatie, waaronder een stappenplan. Ook is daar een toolkit DBA voor opdrachtgevers beschikbaar. Daarnaast spelen we waar nodig met nieuwsberichten op diverse platforms en tweets in op vragen en de actualiteit.

Wij monitoren welke vragen leven onder de doelgroep en passen de communicatie hier doorlopend op aan. Ook toetsen wij door middel van kwalitatief onderzoek of de communicatie voldoende aansluit bij de behoefte van de verschillende doelgroepen.

Omdat opdrachtgevers niet op individueel niveau bij ons bekend zijn, maken wij ook gebruik van onder meer de netwerken van brancheorganisaties en branchekoepels. Voor verschillende sectoren zijn accountteams actief. Zij laten opdrachtgevers in open gesprekken zien hoe het werken buiten loondienst wel mogelijk is.

De accountteams voor de belangrijkste zzp-sectoren zijn doorlopend in gesprek met de branches om te kijken waar de Belastingdienst kan bijdragen aan het beantwoorden van vragen en het wegnemen van onzekerheid. Die accountteams kunnen bij vragen en knelpunten adequaat, snel en oplossingsgericht de contacten met branchepartijen verzorgen. Waar in het begin vooral algemene informatie werd gegeven worden antwoorden steeds specifieker en leveren wij nu meer maatwerk.

Daarnaast kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers terecht bij de Belastingtelefoon of bij het webcareteam op Twitter. Opdrachtgevers en brancheorganisaties kunnen altijd contact met de Belastingdienst opnemen voor coaching, informatie en overleg.

De handhaving van de wet DBA is opgeschort tot in ieder geval 1 januari 2020, met uitzondering van kwaadwillenden. Er wordt nu gehandhaafd bij de ernstigste gevallen van kwaadwillenden. Dit zijn de kwaadwillenden die opereren in een context van opzet, fraude of zwendel, waarbij sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting.

U bent kwaadwillend als u opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat u weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast).

Op dit moment richt de handhaving zich op de ernstigste gevallen: situaties waarin partijen evident buiten het wettelijk kader treden. Het gaat daarbij dus niet om een zelfstandige professional bij wie er ruis is over de gezagsrelatie. Het gaat wel om gevallen waarin opdrachtgevers opereren in een context van opzet, fraude of zwendel. Daarbij kan worden gedacht aan situaties waarin sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting.

Opzettelijke schijnzelfstandigheid

Op verzoek van de Tweede Kamer en vanwege de toenemende onvrede over de mogelijke schijnzelfstandigheid bij voornamelijk de onderkant van de arbeidsmarkt, zal de handhaving zich vanaf 1 juli 2018 niet langer alleen richten op de ernstigste gevallen, maar ook op andere kwaadwillenden.

Daarbij gaat het om kwaadwillenden die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan. Dit betekent dat wordt gehandhaafd, indien de Belastingdienst de volgende drie criteria alledrie kan bewijzen:

  1. Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking.
  2. Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid.
  3. Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Indien kwaadwillendheid wordt bewezen, zal de Belastingdienst handhavend optreden. Dit betekent dat de Belastingdienst in die gevallen correctieverplichtingen of naheffingsaanslagen met een boete kan opleggen.

Lang niet alle zzp’ers hebben een modelovereenkomst nodig. Indien zonneklaar is dat zij buiten loondienst werken, kunnen zij gewoon aan de slag zonder modelovereenkomst. Veel zzp’ers weten immers op voorhand dat zij niet in loondienst werken omdat er geen sprake is van gezag of de zzp-er niet verplicht is zelf het werk uit te voeren, zoals de stukadoor bij particulieren thuis of een fotograaf die jaarlijks een teamdag van een bedrijf vastlegt. Als niet zeker is of en hoe er sprake is van een loondienst, kan werken volgens een modelovereenkomst zekerheid geven aan beide partijen.

Indien opdrachtgever en opdrachtnemer wel gebruik willen maken van een modelovereenkomst, kunnen zij op de website van de Belastingdienst verschillende algemene en branchespecifieke modelovereenkomsten vinden. Hiermee is een zo goed als dekkend stelsel van modelovereenkomsten ontstaan. De Belastingdienst heeft dit stelsel in samenwerking met belangenorganisaties samengesteld. Voor bijna elke sector zijn daarmee een of meer modelovereenkomsten beschikbaar. Op de website is ook een register te vinden waarmee gebruikers van overeenkomsten kunnen nagaan of de Belastingdienst een overeenkomst met een bepaald kenmerk heeft goedgekeurd.

Bovendien hebben sectoren een 50-tal overeenkomsten voorgelegd. Deze zijn beoordeeld door de Belastingdienst. Deze overeenkomsten dekken functies in sectoren als zorg. Bouw, kunst/cultuur, vervoer en onderwijs. Bij sommige opdrachtgevers is behoefte aan meer gedetailleerde of meer bedrijfsspecifieke modelovereenkomsten.

In het geval dat opdrachtgever en opdrachtnemer zelf een overeenkomst maken, kunnen zij deze aan de Belastingdienst voorleggen. De beoogde behandeltermijn van ingediende overeenkomsten is zes weken. Gaat het om simpele veranderingen, dan kan snel een oordeel over de overeenkomst gegeven worden. Door deze ‘selectie aan de poort’ gaat de gemiddelde duur voor de beoordeling van de modelovereenkomsten omlaag. Meestal is het zelf opstellen van een modelovereenkomst niet nodig omdat er een zo goed als dekkend stelsel van modelovereenkomsten is.

Mocht de Belastingdienst een overeenkomst niet goedkeuren, dan gaat de Belastingdienst in gesprek met de indiener over zijn intenties en helpt bij het indienen van een passende overeenkomst.

De wetgever heeft de wet DBA gemaakt omdat de Belastingdienst met de wet DBA kan handhaven op schijnzekerheid. De kern is voorkomen van schijnzelfstandigheid in plaats van beboeten.

Doel van de wet DBA was de balans te herstellen in verantwoordelijkheden tussen opdrachtgevers en zzp’ers. Het risico lag met de voorganger van de DBA, deVAR, alleen bij de zzp’er. Met de DBA zijn beide partijen verantwoordelijk voor naleving van de wet- en regelgeving. Ook bij de opdrachtgever kan nu gehandhaafd worden.

De wet DBA heeft echter niet de duidelijkheid en rust gebracht die ermee was beoogd, waardoor teveel zzp’ers in onzekerheid zitten. De wetgever heeft daarom besloten een route op te gaan naar inwerkingtreding van wetgeving die de wet DBA zal vervangen. Tot die tijd is de handhaving in de meeste gevallen opgeschort.