Ga direct naar de inhoud
Belastingdienst, onderdeel van de Rijksoverheid - Naar de homepagina

Factsheet Belastingontwijking

Bij belastingontwijking komen belastingplichtigen hun belastingverplichtingen wel na, maar maken personen of bedrijven gebruik van hiaten of verschillen in de regelgeving, waardoor zij de belastingafdracht beperken. Meestal gebeurt dit in internationaal verband.

De Nederlandse wet- en regelgeving kent verscheidene bepalingen die grondslaguitholling en winstverschuiving helpen voorkomen. Waar dit nog wel mogelijk is, wordt in internationaal en Europees verband gewerkt aan oplossingen. Aan de hand van vragen & antwoorden krijgt u een beeld van het thema Belastingontwijking.

Wat is het verschil tussen belastingontwijking en belastingontduiking?

Er is sprake van belastingontduiking wanneer personen of bedrijven belastingverplichtingen niet nakomen door bijvoorbeeld inkomens en/of vermogens te verzwijgen.

Belastingontduiking is illegaal en hiertegen treden autoriteiten stevig op. Bij belastingontwijking komen belastingplichtigen hun belastingverplichtingen wel na, maar maken personen of bedrijven gebruik van hiaten of verschillen in de regelgeving, waardoor de belastingafdracht wordt beperkt. Meestal gebeurt dit in internationaal verband: waar fiscale stelsels van verschillende landen niet op elkaar aansluiten is het soms mogelijk om gebruik te maken van de verschillen waardoor er belasting ontweken kan worden.

Het kunstmatig verschuiven van winsten en het uithollen van de belastinggrondslag zijn vormen van belastingontwijking die nu worden aangepakt op zowel nationaal als internationaal niveau.

Werkt de Belastingdienst met zijn rulings mee aan belastingontwijking door multinationals?

Nee, de rulings geven zekerheid vooraf over toepassing van Nederlandse fiscale wet- en regelgeving in specifieke gevallen. Het gaat dus niet om het verlenen van gunsten.

Werkt Nederland met zijn belastingwetgeving belastingontwijking in de hand?

Nee. De Nederlandse wet- en regelgeving kent verscheidene bepalingen die grondslaguitholling en winstverschuiving helpen voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld de verschillende renteaftrekbeperkingen, beperkingen aan de deelnemingsvrijstelling, buitenlandse belastingplicht voor aanmerkelijk belanghouders, het arm’s length beginsel en het verrekenprijsbesluit, substance-vereisten, aftrekbeperking voor houdsterverliezen, enzovoorts.

Uitgangspunt is dat Nederland een gelijk speelveld wil tussen nationale en grensoverschrijdende ondernemingen. Een Nederlandse onderneming die in het buitenland opereert moet met lokale ondernemingen in dat land kunnen concurreren onder lokale voorwaarden. Daarom kent Nederland bijvoorbeeld de deelnemingsvrijstelling. Een Nederlands bedrijf met activiteiten in een buitenlandse dochter hoeft over die buitenlandse winst niet ook nog eens in Nederland belasting te betalen, dat hoeft die buitenlandse concurrent immers ook niet.

Vanuit dezelfde gedachte behandelt Nederland een buitenlandse onderneming die in Nederland actief is, gelijk aan een binnenlands bedrijf. Daarom kent Nederland geen bronheffing op rente en royalty’s. De buitenlandse onderneming hoeft geen bronbelasting te betalen, dat hoeft zijn Nederlandse concurrent immers ook niet. Een dergelijke bronheffing zou in veel gevallen tot dubbele belasting leiden. Hierdoor zou die buitenlandse investering in Nederland minder aantrekkelijk worden.

Ook binnen de Europese Unie (hierna: EU) geldt dit beginsel van een gelijk speelveld. Dit is vastgelegd in de Moeder-dochterrichtlijn en de Interest- en Royaltyrichtlijn, die bronheffingen in concernverband tussen lidstaten verbieden. Hierdoor kunnen binnenlandse en buitenlandse ondernemingen overal gelijk worden behandeld. Nederland hanteert het principe van een gelijk speelveld niet alleen binnen de EU maar wereldwijd.

Tegelijkertijd mogen de ogen niet worden gesloten voor de mogelijkheden die internationaal opererende bedrijven hebben gevonden om, mede door verschillen tussen belastingstelsels, hun grondslag uit te hollen of winsten te verschuiven. We hebben het dan over manieren die door de wetgevers van de betrokken landen nooit waren voorzien of beoogd.

Voor belastingontwijking is de laatste tijd steeds meer aandacht, zowel nationaal als internationaal. Die aandacht is logisch, want begrotingen staan onder druk en de belastingdruk voor burgers werd verhoogd. Die aandacht is ook terecht, want belastingontwijking is slecht voor de wereld, slecht voor Nederland en slecht voor ondernemingen. Het verstoort immers de eerlijke concurrentie. Het ondermijnt bovendien de belastingmoraal en werpt, terecht of onterecht, een smet op ons uitstekende vestigingsklimaat.

Hoe wil Nederland belastingontwijking aanpakken?

Problemen bij internationale belastingheffing worden onder andere veroorzaakt doordat de rechtssystemen van de verschillende landen niet op elkaar zijn afgestemd en doordat niet alle landen op de hoogte zijn van alle van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Een gecoördineerde internationale aanpak is daarom een doeltreffende antwoord op het vraagstuk van belastingontwijking en –ontduiking. Landen werken samen om die belastingopbrengst beter te kunnen beschermen. Door de initiatieven van de G20, de OESO (met het zogenoemde BEPS-project) en de EU is de afgelopen jaren veel bereikt in de strijd tegen belastingontwijking en -ontduiking. Nederland heeft tijdens het Europees voorzitterschap gedurende de eerste helft van 2016 met succes een speerpunt gemaakt van de implementatie van BEPS-afspraken binnen de EU. Deze inspanning heeft bijgedragen bij aan het feit dat alle lidstaten een akkoord bereikten over aanname van de anti-belastingontwijking richtlijn (ATAD).

Eigen verantwoordelijkheid

Ondanks de duidelijke voorkeur voor een gecoördineerde internationale aanpak, vindt Nederland dat het een eigen verantwoordelijkheid heeft bij het voorkomen van onbedoeld gebruik van verdragen in combinatie met Nederlandse regelgeving. Nederland wil daarin een voortrekkersrol vervullen. Daarbij vindt Nederland het belangrijk dat niet getornd wordt aan de hoofdstructuur van ons fiscale stelsel. Het kabinet neemt daarom soms ook eenzijdige maatregelen. Het kabinet is ervan overtuigd dat maatregelen specifiek gericht moeten zijn op de gevallen waarin het risico van onbedoeld gebruik bestaat. Daarnaast moeten ze passen binnen de richting waarin naar verwachting ook in internationaal verband naar oplossingen zal worden gezocht.

De kern van het probleem zit niet in de Nederlandse wet- en regelgeving, maar Nederland wordt wel gebruikt in structuren die uiteindelijk leiden tot belastingontwijking. Deze ontwijkingsituaties zijn lang getolereerd waar het een vestigingsvoordeel opleverde, maar staan inmiddels maatschappelijk ter discussie en kunnen in de komende jaren worden aangepakt, vooral door verbeterde gegevensuitwisseling. Nederland vervult daarom een voortrekkersrol op het gebied van de informatie-uitwisseling. Vanaf 1 april 2016 wisselt Nederland informatie over rulings uit. In de factsheet over rulings wordt hier uitgebreider op ingegaan. Daarnaast wisselt Nederland eenzijdig spontaan informatie uit over substance-arme vennootschappen waarvan de werkzaamheden hoofdzakelijk bestaan uit het ontvangen van rente of royalty’s. Meer over substance is te lezen in het antwoord op de vraag ‘Welke maatregelen neemt Nederland tegen brievenbusfirma’s’?

Modernisering van het belastingverdragennetwerk

Ook loopt Nederland voorop met een versnelde modernisering van het belastingverdragennetwerk. Nederland hecht waarde aan goede relaties met zijn fiscale verdragspartners. Daarom worden verdragen al doorlopend geactualiseerd. Conform het in de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011 neergelegde beleid zet Nederland in op het voorkomen van verdragsmisbruik.

Binnen het BEPS-project is onderkend dat een snelle implementatie van maatregelen tegen belastingontwijking in belastingverdragen niet mogelijk is op basis van bilaterale onderhandelingen. Wereldwijd zijn er namelijk meer dan 3.000 bilaterale belastingverdragen en aanpassingen daarvan via bilaterale onderhandelingen zou tientallen jaren duren. Daarom is in het kader van BEPS-actieplan 15 voorgesteld om de verdragsgerelateerde voorstellen tegen belastingontwijking te implementeren via het ‘multilaterale instrument’ (MLI). Dit is een multilateraal verdrag waarmee (verouderde) verdragen in één keer in lijn kunnen worden gebracht met de meest recente verdragsbepalingen die de OESO tegen belastingontwijking heeft ontwikkeld. Nederland heeft de MLI inmiddels ondertekend onder de meest strenge voorwaarden. Zo kan een grote tijdwinst en een besparing van ambtelijke capaciteit worden bereikt bij het moderniseren van belastingverdragen.

Een bijzondere categorie verdragspartners zijn de armste ontwikkelingslanden. Deze landen zijn door Nederland actief benaderd om de bilaterale verdragen te actualiseren om zodoende verdragsmisbruik beter tegen te gaan. Het actualiseren gebeurt door de ontwikkelingslanden zelf in nauw overleg met Nederland om zo zorgvuldig af te wegen welke anti-misbruikbepalingen moeten worden opgenomen. Op deze wijze wordt circa een kwart van het verdragennetwerk versneld gemoderniseerd. Ook zal Nederland de ondersteuning bij de capaciteitsopbouw van belastingdiensten in de partnerlanden waar mogelijk verder uitbouwen en hiervoor zo nodig extra middelen vrijmaken. Capaciteitsopbouw is uiteindelijk voor ontwikkelingslanden één van de belangrijkste sleutels tot het tegengaan van verliezen door belastingontduiking en –ontwijking.

Wat is BEPS?

BEPS is een afkorting voor Base Erosion and Profit Shifting. Het is een inmiddels afgerond project van de OESO/G20, met daarin 15 specifieke actiepunten. Het project is erop gericht om overheden met nationale en internationale instrumenten te voorzien om belastingontwijking en -ontduiking aan te pakken. Op 5 oktober 2015 werden de rapporten gepubliceerd. Deze rapporten zorgen ervoor dat landen de instrumenten in handen krijgen om winsten daar te belasten waar de waarde wordt gecreëerd. Hierdoor kan worden voorkomen dat bedrijven winsten kunstmatig kunnen verplaatsen naar laag belaste jurisdicties waar feitelijk weinig tot geen economische activiteiten zijn. Tegelijkertijd wordt de zekerheid van bedrijven vergroot doordat geschillen over de toepassing van internationale belastingwetgeving worden verminderd en vereisten worden gestandaardiseerd.

Het BEPS-project biedt een goede basis voor wereldwijde standaarden. In dit project zijn namelijk niet alleen OESO-landen betrokken. Ook een groot aantal niet-OESO-landen, zoals andere G20-landen en ontwikkelingslanden, werkten mee aan het BEPS-actieplan. Bovendien is het BEPS-project opengesteld voor andere landen die niet betrokken waren bij de ontwikkeling maar zich wel willen aansluiten. Ook diverse maatschappelijke organisaties en belangengroepen zijn actief betrokken. De bijdragen van maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven helpen bij het opstellen van efficiënte en realistische aanbevelingen.

In BEPS-verband zijn onder andere minimumstandaarden vastgelegd voor de verplichte uitwisseling van rulings, voor ‘country by country reporting’ en voor het tegengaan van verdragsmisbruik.

Nederland werkt actief mee aan – gezamenlijke – invoering van de aanbevelingen. De volledige kabinetsreactie over de uitkomsten van het BEPS-project is opgenomen in de kamerbrief van 5 oktober 2015.

Wat doet de EU tegen belastingontwijking en -ontduiking?

Anti-belastingontwijkingsrichtlijnen

In EU-verband er is een richtlijn aangenomen die specifiek ziet op het tegengaan van belastingontwijking: ATAD 1. Deze richtlijn is later aangevuld met maatregelen die hybride mismatches tegen gaan: ATAD 2. Deze richtlijn moet door iedere lidstaat in haar wetgeving worden verwerkt. De deadline voor de maatregelen uit ATAD 1 is 1 januari 2019, voor ATAD 2 is dat 1 januari 2020. De belangrijkste punten van de richtlijnen zijn:

  • Renteaftrekbeperking: deze beperking zorgt ervoor dat bedrijven maximaal 30 procent van hun brutowinst aan rente mogen aftrekken van de winst.
  • Exitheffing: deze maatregel zorgt ervoor dat een bedrijf zijn activa niet onbelast kan verplaatsen naar een ander land.
  • CFC (controlled foreign company)-maatregel: dit voorkomt dat bedrijven passief inkomen (zoals royalty’s, rente en dividenden) verplaatsen naar een dochterbedrijf in een land met een laag belastingtarief.
  • Algemene anti-misbruikbepaling: is een extra slot op de deur dat voorkomt dat belastingplichtigen kunstmatige constructies opzetten met als voornaamste doel om belasting te besparen.
  • Hybride mismatches: door verschillen tussen belastingstelsels kan het voorkomen dat landen verschillend oordelen over de fiscale behandeling van een bedrijf of een lening. Hierdoor ontstaat de kans dat bedrijven bijvoorbeeld dubbel gebruik kunnen maken van belastingaftrek, of in het ene land geen belasting betalen over inkomsten die in het andere land wel als uitgaven in mindering kunnen worden gebracht van de winstbelasting.

Actieplan

Daarnaast heeft de Europese Commissie op 17 juni 2015 een actieplan gepresenteerd met vijf actiegebieden. Dit actieplan bestaat uit een reeks initiatieven die moet resulteren in een beter gecoördineerd kader voor vennootschapsbelasting in de EU. Dit zou volgens de Commissie moeten leiden tot eerlijkere belastingen, stabielere inkomsten en een beter ondernemingsklimaat, waardoor belastingontwijking en -ontduiking dan ook wordt tegengegaan. De door de Commissie uitgewerkte actiegebieden zijn:

  • De Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB), een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting.
  • Waarborgen dat belasting daadwerkelijk wordt geheven waar de winsten worden gemaakt.
  • Aanvullende maatregelen voor een beter belastingklimaat voor het bedrijfsleven.
  • Verdere vooruitgang inzake fiscale transparantie.
  • EU-instrumenten voor coördinatie.

De Commissie werkt voortdurend aan het uitwerken van het actieplan.

Wat zijn de ontwikkelingen op het terrein van transparantie?

Belastingdiensten kunnen beter optreden tegen belastingontwijking door de uitwisseling van gegevens over de belastingheffing van een onderneming in verschillende landen.

Common Reporting Standard (CRS)

Binnen een samenwerkingsverband van de OESO, de G20-landen en de EU is de zogenoemde Common Reporting Standard (CRS) ontwikkeld. Dit houdt in dat financiële gegevensuitwisseling over rekeningen van personen en organisaties die in het buitenland belastingplichtig zijn geautomatiseerd plaatsvindt, volgens een nieuwe mondiale standaard. Nederland is sinds het begin intensief betrokken bij de vormgeving van deze standaard. Ruim 95 landen hebben zich aangesloten. De eerste informatie-uitwisseling op basis van CRS door Nederland start in september 2017, over het jaar 2016.

Uitwisseling informatie rulings

Zowel in OESO als in EU-verband zijn afspraken gemaakt over de uitwisseling van informatie over rulings. Deze uitwisseling van informatie is reeds in volle gang. Uitwisseling van informatie over rulings leidt tot een betere informatiepositie voor buitenlandse belastingdiensten en is daarom een belangrijke stap in de strijd tegen belastingontwijking. Zie voor meer informatie over de uitwisseling van rulings de factsheet rulings.

Country-by-country reporting tussen belastingdiensten

In OESO- en EU-verband zijn ook afspraken gemaakt over het uitwisselen van ‘country-by-country’-rapportages tussen belastingdiensten. ‘Country-by-country reporting’ is een gestandaardiseerde documentatieverplichting voor multinationale groepen in de vorm van een landenrapport, een groeps-dossier en een lokaal dossier. Een multinationale groep moet jaarlijks in een landenrapport ten behoeve van de belastingdiensten onder andere de wereldwijde winstverdeling inzichtelijk maken en aangeven hoeveel belasting in welk land wordt betaald. Indien de ontvangen gegevens daar aanleiding toe geven, kan de betreffende belastingdienst nadere informatie opvragen.

Uitwisseling informatie over informeel kapitaal situaties

Een van de uitkomsten van het BEPS-project is om naast informatie over rulings, ook informatie over informeel kapitaal situaties, zonder dat sprake is van een ruling, uit te wisselen. Informeel kapitaal doet zich voor bij een bevoordeling van de vennootschap door een aandeelhouder, die in strikt zakelijke verhouding niet zou voorkomen. Voor de uitwisseling van deze informatie is het aangiftebiljet vennootschapsbelasting aangepast, zodat de belastingplichtige moet aangeven of sprake is van informeel kapitaal in de aangifte. Op deze manier wordt gewaarborgd dat de Belastingdienst ook zicht krijgt op situaties van informeel kapitaal als er geen zekerheid vooraf is gegeven. Hierdoor wordt de belastingdienst van het land waar vanuit de informeel kapitaal storting gedaan wordt, actief geïnformeerd als er in Nederland sprake is van een informeel kapitaal situatie.

Country-by-country-report openbaar maken

De ontwikkelingen in de strijd tegen belastingontwijking op EU-niveau staan na aanname van de ATAD niet stil. Er ligt een voorstel tot wijziging van de richtlijn betreffende de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting die internationale ondernemingen afdragen . Het richtlijnvoorstel beoogt de transparantie te bevorderen door multinationals te verplichten een country- by-country-report openbaar te maken. Dit betekent dat mogelijk in de toekomst een country-by-country-report niet alleen voor belastingdiensten in te zien is maar ook openbaar is voor het publiek.

Welke maatregelen neemt Nederland tegen brievenbusfirma’s?

Nederland heeft als één van de weinige landen substance-vereisten. Op basis van deze eisen wordt beoordeeld of er voldoende binding is met Nederland. Deze vereisten zorgen er voor dat misbruik van de Nederlandse belastingverdragen door in Nederland gevestigde vennootschappen die weinig binding met Nederland hebben, wordt teruggedrongen. Bij de substance-vereisten wordt onder andere gekeken naar de vestigingsplaats van de bestuurders, de aanwezigheid van gekwalificeerd personeel om de uitvoering van de werkzaamheden van het bedrijf adequaat te kunnen uitvoeren, de boekhouding, bankrekeningen en het vestigingsadres.

In augustus 2013 kondigde het kabinet een aantal eenzijdige maatregelen aan die inmiddels allemaal in werking zijn getreden. De substance-vereisten gelden voor zogeheten dienstverleningslichamen (lichamen die rente, royalty, huur- en leasetermijnen binnen concernverband ontvangen en doorbetalen) ook zonder dat zij om zekerheid vooraf vragen. De belastingplichtige dient dit aan te geven in de aangifte. Als niet wordt voldaan aan de substance-vereisten, wordt tot spontane gegevensuitwisseling met het buitenland overgegaan.

Bovendien geldt voor vennootschappen die zekerheid vooraf wensen over hun zogenoemde houdsteractiviteiten, het ontvangen en uitbetalen van dividenden, dat ze slechts in behandeling worden genomen door de Belastingdienst wanneer het concern waarbinnen zij opereren voldoende binding heeft met Nederland.

Waar vind ik verwijzingen naar brondocumenten over het onderwerp Belastingontwijking?

Op een aparte pagina staan de verwijzingen naar brondocumenten over Belastingontwijking op een rij.