Go directly to content
Naar de homepage

Blog: De portemonnee van de burger

30 juni 2016 18:10

Directeur toeslagen gerard blankesteinEr zijn mensen die acuut een probleem hebben als ze de huurtoeslag niet op tijd krijgen. Dan kunnen ze hun huur niet betalen, zo simpel is het. Dat realiseer ik mij heel goed. Daarom vind ik het zo belangrijk dat wij bij Belastingdienst/Toeslagen ons werk goed doen. We zijn bezig met inkomensondersteuning van mensen die dat nodig hebben. Ons werk is maatschappelijk heel relevant. Voor mij is dat echt een drijfveer.

Wat wij doen, heeft direct invloed op de portemonnee van een burger. Het mooie vind ik dat iedereen die bij Toeslagen werkt daarvan doordrongen is.

Snel zekerheid

Burgers die een toeslag aanvragen, krijgen een voorschot. Op basis van actuele informatie die zij deels zelf moeten geven krijgen ze van ons een voorlopige berekening. Sommige gegevens zijn pas na afloop van het jaar bekend, zoals het inkomen. Met dit inkomen kunnen we een definitieve berekening vaststellen. (Meer over hoe het proces van Toeslagen werkt).

Eind juni zijn we begonnen met het versturen van de definitieve berekeningen. Van de 5,6 miljoen huishoudens die een toeslag ontvangen, krijgt 85 procent de komende maanden een definitieve berekening. In het verleden moest je daar veel langer op wachten, een paar jaar zelfs. Ik ben blij dat we mensen nu zo snel zekerheid kunnen geven. Daar hebben we hard aan gewerkt. Het is gelukt doordat de inkomensgegevens sneller beschikbaar zijn en doordat we een sneller automatiseringssysteem hebben.

Vijftien procent van de burgers moet wat langer op de definitieve berekening wachten. Dat komt doordat bepaalde informatie pas later beschikbaar is. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met inkomen uit het buitenland. Of om ouders die kinderopvangtoeslag krijgen. Die toeslag kunnen we pas definitief berekenen als we de gegevens van de kinderopvanginstelling hebben. Ook dat zou ik liever sneller willen en daar werken we aan.

Dichter bij elkaar brengen

Toeslagen werkt in de actualiteit en dus met geschatte gegevens. Hierdoor zijn er terug- en nabetalingen. Beide komen even veel voor. In 30 procent van de gevallen is er sprake van een terugbetaling en in 30 procent van de gevallen is er sprake van een nabetaling. Bij de resterende 40 procent van de huishoudens is de voorlopige berekening gelijk aan de definitieve berekening. Deze mensen hebben het juiste toeslagbedrag ontvangen. Zij hoeven niets terug te betalen. Want terugbetalen is natuurlijk vervelend. Mensen merken dat direct in hun portemonnee en dat willen we voorkomen. Ons streven is dan ook om de voorlopige berekening en de definitieve berekening steeds dichter bij elkaar te brengen. Dat vind ik belangrijk, want dan krijgt iedereen van het begin af aan het toeslagbedrag waar hij recht op heeft.

We bereiken dat door aan de voorkant van het proces zoveel mogelijk controles in te bouwen en gebruik te maken van data-analyse. Ik geef een eenvoudig voorbeeld: als iemand een zorgtoeslag aanvraagt, leggen wij die aanvraag naast het bestand van de zorgverzekeringen. Logisch, als je geen zorgverzekering hebt, krijg je geen zorgtoeslag. In het verleden lag het accent meer op controle achteraf, nu op de voorlopige berekening. Daardoor hoeven wij minder te corrigeren en hoeven mensen minder of niets terug te betalen.

Daarnaast gaan we het mensen steeds makkelijker maken om het goed te doen. Wie het goed doet, geeft zijn wijzigingen op tijd door. Dat is belangrijk en wij maken dit makkelijker door steeds meer gegevens van mensen in de portal Mijn toeslagen (www.toeslagen.nl) te plaatsen. Dus als je inkomen verandert of je kinderen gaan niet meer naar de kinderopvang, geef het door.

Gewoon goed

Wij doen 105 miljoen betalingen per jaar. Aan zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget. Meestal is dat geld dat mensen heel hard nodig hebben. Voor mij is dat reden om de lat heel hoog te leggen. Het moet gewoon goed zijn, want het gaat altijd om de portemonnee van de burger.

Gerard Blankestijn
Directeur Toeslagen